Pols en hand

De pols is opgebouwd uit het uiteinde van het spaakbeen (radius) en de ellepijp (ulna) aan de ene zijde, en de verschillende handwortelbeentjes aan de andere zijde. De pols zorgt ervoor dat de hand goed kan bewegen en goede steunname mogelijk is. Naast de beenderige structuren is de pols verder opgebouwd uit kapsel en een hele reeks gewrichtsbanden tussen de verschillende middenhandsbeentjes. De spieren die de pols aansturen liggen voor het grootste deel in de onderarm en zijn vastgehecht op verschillende plaatsen op de pols- of middenhandsbeentjes.















De hand op zich is een ingewikkelde structuur, welke we kunnen onderverdelen in drie zones: de handwortelbeentjes (carpalen), de middenhandsbeentjes (metacarpalen) en de vingers (falangen). De handwortelbeentjes of carpalen bestaan uit 8 verschillende beentjes georganiseerd in twee rijen. Ze zijn onderling via kapsel en gewrichtsbanden met elkaar verbonden. Zij vormen één geheel dat met het uiteinde van de voorarm de pols opbouwt en bewegingen van de pols mogelijk maken. De middenhandsbeentjes of metacarpalen maken het grootst deel van de hand uit en vormen de connectie tussen de handwortelbeentjes en de vingers. De vingers of falangen liggen in het verlengde van de handwortelbeentjes en zijn hieraan bevestigd met ligamenten en kapsel. De beweeglijkheid van de pols en de vingers wordt via strek- en plooipezen mogelijk gemaakt welke vanuit hun spieren in de voorarm vertrekken.





















Doorheen de pols en hand verlopen drie belangrijke zenuwen: de medianus, ulnaris en radialis zenuw. Elke zenuw verzorgt een deel van de gevoeligheid en beweeglijkheid van de hand. Deze zenuwen kunnen gekneld zitten op verschillende plaatsen wat een ingreep kan noodzakelijk maken. Voorbeeld hiervan is een knelling van de medianus zenuw in de carpaal tunnel of een knelling van de ulnaris zenuw ter hoogte van de elleboog.

Wat is het carpaal tunnel syndroom

Carpaal tunnel syndroom is een inknelling van de medianus zenuw op de plaats waar ze in de pols duikt. De carpale tunnel wordt opgebouwd uit de carpale beentjes die de bodem van de tunnel vormen. Het dak dat zich bovenop de zenuw bevindt is het ligamentum transversus carpi, een ligament dat als een brug over de zenuw ligt. Dit geheel vormt de carpale tunnel. De medianus zenuw loopt samen met de plooipezen van de hand door deze tunnel en voorziet de gevoelsgewaarwording van een deel van de hand, de duim, wijsvinger, middelvinger en de helft van de ringvinger, zoals te zien is op de figuur. Daarnaast voorziet ze ook de kracht in de duimmuis spier.















Wat zijn de klachten die met een carpaal tunnel syndroom gepaard gaan?

De klachten die kunnen ontstaan bij een carpaal tunnel syndroom zijn tintelingen, voosheid, branderig of slapend gevoel in de duim, wijsvinger, middelvinger en de helft van de ringvinger. Bij een lang bestaande carpaal tunnel kan ook de kracht in de duim afnemen en kan men soms dingen spontaan laten vallen. De klachten zijn vaak ’s nachts aanwezig en verdwijnen soms met activiteit.

















Hoe stellen we de diagnose?

De diagnose van carpaal tunnel syndroom is vooreerst een klinische diagnose die na bevragen van de klachten en klinisch onderzoek duidelijk kan worden. Vaak wordt er een EMG onderzoek uitgevoerd om de knelling op de zenuw te objectiveren en de ernst en chroniciteit in te schatten. Dit onderzoek bestaat eruit dat de geleiding van de zenuw wordt getest over het verloop van de carpale tunnel. Dit onderzoek wordt uitgevoerd door een neuroloog of fysiotherapeut.

Wat zijn de behandelingsmogelijkheden?

  • Nachtspalk

    Bij een mild carpaal tunnel syndroom met voornamelijk nachtelijke klachten kan een nachtspalk geprobeerd worden. Hierdoor wordt de pols niet geplooid en worden de klachten minder uitgelokt.














  • Inspuiting

    Eveneens bij een matig carpaal tunnel syndroom met beperkte gevoelsklachten kan een infiltratie met cortisone ter hoogte van de carpaal tunnel gegeven worden. Hierdoor zal de zwelling rond de pezen en zenuw afnemen in de carpaal tunnel en kunnen de klachten verminderen/verdwijnen. Deze infiltratie kan eventueel herhaald worden.

  • Operatie

    De enige behandeling voor een ernstig carpaal tunnel syndroom is een chirurgische release van deze tunnel. Hierbij wordt het ligamentum transversum oftewel het dak van de tunnel doorgesneden, waardoor de druk op de medianus zenuw verdwijnt. De ingreep kan zowel onder lokale als algemene verdoving plaatsvinden. Bij deze ingreep wordt een kleine insnede in de handpalm gemaakt ter hoogte van de carpaal tunnel.

















Frequent gestelde vragen

  • Wat kan ik verwachten na een carpaal tunnel operatie?

    Bij een carpaal tunnel release wordt een incisie gemaakt aan de voorzijde van de pols over het verloop van de carpaal tunnel. De operatie gebeurt onder lokale of algemene verdoving. Bij lokale verdoving wordt er voor de ingreep een inspuiting met lokale verdoving ter hoogte van de pols gegeven zodat de ingreep pijnvrij kan verlopen. Indien u een algemene verdoving wenst wordt u kortstondig in een lichte slaap gebracht en direct na de ingreep wakker gemaakt door de anesthesist. In beide gevallen wordt er een gips aangebracht gedurende één week. Deze wordt op de consultatie of bij de huisarts volgens afspraak verwijderd. Zo nodig kan nog tijdelijk een polsbrace voorgeschreven worden. De draadjes zijn verteerbaar en moeten postoperatief niet verwijderd worden. De wonde moet twee weken droog gehouden te worden. Zodra de gips is verwijderd mag u uw hand volledig gebruiken voor dagdagelijkse zaken zolang de wonde droog en proper kan blijven. Klassiek wordt er postoperatief geen kinesitherapie voorgeschreven.

  • Wanneer kan ik werken / autorijden?

    Normaal gesproken kan het werk hervat worden zodra de wonde genezen is, meestal na een tweetal weken.

    Autorijden kan zodra de gips is verwijderd, aangezien rijden met gips niet verzekerd wordt.

  • Wat zijn de risico’s?

    Zoals bij elke chirurgische ingreep zijn mogelijke complicaties zwellingen/nabloeding in het operatiegebied, wondproblemen, overgevoeligheid van het litteken en infectie.

    Een knellende gips kan ook klachten veroorzaken. Bij toename van pijn en/of tintelingen ter hoogte van de hand en vingers kan het raadzaam zijn de gips open te knippen en te lossen, gezien dit symptomen zijn van een knellende gips.

  • Wanneer neem ik vroeger contact op?

    Bij toegenomen wonddrainage, zwelling/roodheid van de hand gepaard met pijn of koorts > 38,5°C zijn redenen om vroeger een consultatie aan te vragen of u aan te bieden op de spoedopname.

Wat is cubitaal tunnel syndroom?

Cubitaal tunnel syndroom is een inknelling van de ulnaris zenuw aan de binnenzijde van de elleboog. De ulnaris zenuw loopt ter hoogte van een groeve aan de binnenzijde van de elleboog, waarvan het dak opgebouwd is door een ligament/fascia. Wanneer deze tunnel vernauwd is, kan er lokale knelling op de zenuw ontstaan, waardoor deze zijn signaal moeilijker kan doorgeven. De zenuw voorziet de gevoelsgewaarwording ter hoogte van de de pinkzijde van de pols en ook de pink en de helft van de ringvinger, zoals te zien is op de figuur.  Daarnaast voorziet de ulnaris zenuw ook de kracht in de kleine handspiertjes.












Wat zijn de klachten die met een cubitaal tunnel syndroom gepaard gaan?

De klachten die kunnen ontstaan bij een cubitaal tunnel syndroom zijn tintelingen, voosheid, branderig of slapend gevoel in de pinkzijde van de pols, de pink en de helft van de ringvinger. Bij een lang bestaande cubitaal tunnel syndroom kan ook de kracht in de hand afnemen en kan er moeite ontstaan met het spreiden van de vingers. De klachten zijn vaak ’s nachts aanwezig en verdwijnen soms met activiteit. De klachten nemen meestal toe bij het plooien van de elleboog.
















Hoe stellen we de diagnose?

De diagnose van een cubitaal tunnel syndroom is vooreerst een klinische diagnose die na bevragen van de klachten en klinisch onderzoek duidelijk kan worden. Steeds wordt een EMG onderzoek uitgevoerd om de knelling op de zenuw te objectiveren en de ernst en chroniciteit in te schatten. Dit bestaat eruit dat de geleiding van de zenuw wordt getest over het verloop van de carpale tunnel. Dit onderzoek wordt uitgevoerd door een neuroloog of fysiotherapeut.

Wat zijn de behandelingsmogelijkheden?

  • Nachtspalk

    Bij voornamelijk nachtelijke klachten kan een nachtspalk geprobeerd worden waarbij de elleboog in strekking gehouden wordt en de klachten minder worden uitgelokt. Gezien deze brace ’s nachts niet zo goed wordt verdragen, geniet deze behandeling zelden de voorkeur.

  • Operatie

    De enige behandeling voor een op EMG bewezen cubitaal tunnel syndroom is een chirurgische release van deze tunnel. Hierbij wordt het dak van de tunnel doorgesneden en de zenuw over zijn hele verloop vrijgemaakt ter hoogte van de binnenzijde van de elleboog. De ingreep kan enkel onder algemene verdoving plaatsvinden. Bij deze ingreep wordt een insnede aan de binnenzijde van de elleboog gemaakt ter hoogte van de cubitaal tunnel.

Frequent gestelde vragen

  • Wat kan ik verwachten na een cubitaal tunnel operatie?

    Bij een cubitaal tunnel release wordt een incisie gemaakt aan de binnenzijde van de elleboog over het verloop van de cubitaal tunnel. De operatie gebeurt onder algemene verdoving waarbij u kortstondig in een lichte slaap gebracht en direct na de ingreep wakker gemaakt door de anesthesist. Postoperatief wordt een ellebooggips aangebracht gedurende vier weken. Deze wordt op de consultatie na twee weken gewisseld. De draadjes worden na twee weken verwijderd. De wonde dient twee weken droog gehouden te worden. Zodra de gips is verwijderd mag u uw elleboog volledig gebruiken voor dagdagelijkse zaken. Klassiek wordt er postoperatief kinesitherapie voorgeschreven om de zenuwgeleiding te stimuleren en de beweeglijkheid van het elleboog- en polsgewricht te herwinnen.

  • Wanneer kan ik werken / autorijden?

    Normaal gesproken kan het werk hervat worden zodra de zenuw gerecupereerd is en de mobiliteit van de elleboog en pols genormaliseerd is, meestal na een tweetal maanden.

    Autorijden kan zodra de gips is verwijderd, aangezien rijden met gips niet verzekerd wordt.

  • Wat zijn de risico’s?

    Zoals bij elke chirurgische ingreep zijn mogelijke complicaties zwellingen/nabloeding in het operatiegebied, wondproblemen, overgevoeligheid van het litteken en infectie.

    Een knellende gips kan ook klachten veroorzaken . Bij toename van pijn en/of tintelingen ter hoogte van de hand en vingers kan het raadzaam zijn de gips open te knippen en te lossen, gezien dit symptomen zijn van een knellende gips.

  • Wanneer neem ik vroeger contact op?

    Bij toegenomen wonddrainage, zwelling/roodheid van de hand gepaard met pijn of koorts > 38,5°C zijn redenen om vroeger een consultatie aan te vragen of u aan te bieden op de spoedopname.

Wat is een springvinger

Een springvinger is een vinger die bij plooien en strekken een voelbare klik vertoont. Deze klik kan al dan niet pijnlijk zijn. Bij een ernstige en langbestaande springvinger kan een blokkage optreden van de vinger waarbij deze in plooistand geblokkeerd staat.

De oorzaak hiervan is een ontsteking van de buigpees, welke door verschillende kleine brugjes loopt om mooi tegen het bot van de vinger gefixeerd te blijven. Wanneer deze ontsteking een lokale verdikking van de pees geeft, kan deze onvoldoende glijden onder één van de brugjes aan de basis van de vinger.















Hoe stellen we de diagnose?

De diagnose is voornamelijk een klinische diagose waarbij er pijngewaarwording is ter hoogte van de basis van de vinger in de handpalm, gecombineerd met een klik. Afhankelijk van de ernst en klinische duidelijkheid kan aanvullend een echografie genomen worden om de peesverdikking te bevestigen en de ontsteking van de pees te objectiveren.

Wat zijn de behandelingsmogelijkheden?

  • Inspuiting

    Bij een springvinger met een beperkte klik en zonder blokkage verschijnselen kan een inspuiting met cortisone de zwelling rond de pezen doen afnemen en kunnen de klachten verminderen/verdwijnen. Deze infiltratie kan eventueel herhaald worden.

  • Operatie

    De behandeling voor een springvinger met blokkages is een chirurgische release van deze brug ter hoogte van de basis van de vinger. Hierbij wordt een pulley of brug van de buigpees doorgesneden, waardoor de druk op de buigpees verdwijnt. De ingreep kan zowel onder lokale als algemene verdoving plaatsvinden. Bij deze ingreep wordt een kleine insnede aan de basis van de vinger gemaakt.





















    Frequent gestelde vragen

    • Wat kan ik verwachten na een springvinger operatie?

      Bij een springvinger release wordt een incisie gemaakt aan de basis van de betrokken vinger over het verloop van de pulley of brug. De operatie gebeurt onder lokale of algemene verdoving. Bij lokale verdoving wordt er voor de ingreep een inspuiting met lokale verdoving ter hoogte van de basis van de vinger gegeven zodat de ingreep pijnvrij kan verlopen. Indien u een algemene verdoving wenst wordt u kortstondig in een lichte slaap gebracht en direct na de ingreep wakker gemaakt door de anesthesist. In beide gevallen wordt er een verband aangebracht gedurende twee dagen. Dit verband mag na twee dagen verwijderd worden en vervangen worden door een plakker. De draadjes zijn verteerbaar en moeten postoperatief niet verwijderd worden. De wonde dient twee weken droog gehouden te worden. U mag uw hand volledig gebruiken voor dagdagelijkse zaken zolang de wonde droog en proper kan blijven. Klassiek wordt er postoperatief geen kinesitherapie voorgeschreven.

    • Wanneer kan ik werken / autorijden?

      Normaal gesproken kan het werk hervat worden zodra de wonde genezen is, meestal na een tweetal weken.

      Autorijden kan zodra de verband verkleind is, aangezien rijden met een groot verband niet aangewezen is.

    • Wat zijn de risico’s?

      Zoals bij elke chirurgische ingreep zijn mogelijke complicaties zwellingen/nabloeding in het operatiegebied, wondproblemen, overgevoeligheid van het litteken en infectie.

      Een knellend verband kan ook klachten veroorzaken. Bij toename van pijn en/of tintelingen ter hoogte van de hand en vingers kan het raadzaam zijn het verband open te knippen en te lossen, gezien dit symptomen zijn van een knellend verband.

    • Wanneer neem ik vroeger contact op?

      Bij toegenomen wonddrainage, zwelling/roodheid van de hand gepaard met pijn of koorts > 38,5°C zijn redenen om vroeger een consultatie aan te vragen of u aan te bieden op de spoedopname.

Wat is een De Quervain tendinitis

Een De Quervain tendinitis is een ontsteking van de strekpezen van de duim ter hoogte van de pols. De pijn ontstaat ten gevolge van een ontsteking van de strekpezen van de duim, welke door een kleine brugje loopt over het verloop van de pols. Soms kan een lokale cyste zich vormen op de plaats van de ontsteking.

















Hoe stellen we de diagnose?

De diagnose is voornamelijk een klinische diagose waarbij er pijngewaarwording is aan de duimzijde van de pols bij plooien en strekken van de duim.

Afhankelijk van de ernst en klinische duidelijkheid kan aanvullend een echografie genomen worden om de peesverdikking te bevestigen en de ontsteking van de pees te objectiveren.

Wat zijn de behandelingsmogelijkheden?

  • Ontstekingsremmers + ijs

    Ontstekingsremmers gecombineerd met frequent ijs behandeling kunnen de pijnklachten onderdrukken en de ontsteking laten verdwijnen. Bij langbestaande klachten kan dit echter onvoldoende zijn.

  • Immobilisatie met brace of gips

    Voornamelijk bij acuut opgekomen ontsteking van de strekpezen van de duim kan een korte periode van immobilisatie in een duimbrace of duimgips, gecombineerd met ontstekingsremmers de klachten doen verdwijnen.













  • Inspuiting

    Bij een matige De Quervain tendinitis kan een inspuiting met cortisone de zwelling rond de pezen doen afnemen en kunnen de klachten verminderen/verdwijnen. Deze infiltratie kan eventueel herhaald worden.

    • Operatie

      De behandeling voor een ernstige De Quervain tenditis (of na falen van voorgaande conservatieve therapie) is een chirurgische release van deze brug ter hoogte van de basis van de pols. Hierbij wordt de brug van de strekpezen van de duim doorgesneden, waardoor de druk op de strekpezen verdwijnt en de ontsteking kan genezen. De ingreep kan zowel onder lokale als algemene verdoving plaatsvinden. Bij deze ingreep wordt een kleine insnede aan de basis van de duim gemaakt.















      Frequent gestelde vragen

      • Wat kan ik verwachten na een De Quervain operatie?

        Bij een De Quervain operatie wordt een incisie gemaakt aan de basis van de duim over het verloop van de pulley of brug. De operatie gebeurt onder lokale of algemene verdoving. Bij lokale verdoving wordt er voor de ingreep een inspuiting met lokale verdoving ter hoogte van de basis van de duim gegeven zodat de ingreep pijnvrij kan verlopen. Indien u een algemene verdoving wenst wordt u kortstondig in een lichte slaap gebracht en direct na de ingreep wakker gemaakt door de anesthesist. In beide gevallen wordt er een verband aangebracht gedurende twee dagen. Dit verband mag na twee dagen verwijderd worden en vervangen worden door een plakker. De draadjes zijn verteerbaar en moeten postoperatief niet verwijderd worden. De wonde dient twee weken droog gehouden te worden. U mag uw hand volledig gebruiken voor dagdagelijkse zaken zolang de wonde droog en proper kan blijven. Klassiek wordt er postoperatief geen kinesitherapie voorgeschreven.

        Afhankelijk van de hoe lang de klachten aanwezig waren voor de operatie, kunnen postoperatief de klachten snel of minder snel verdwijnen.

      • Wanneer kan ik werken / autorijden?

        Normaal gesproken kan het werk hervat worden zodra de ontsteking genezen is, meestal na een maand.

        Autorijden kan zodra de verband verkleind is, aangezien rijden met een groot verband niet aangewezen is.

      • Wat zijn de risico’s?

        Zoals bij elke chirurgische ingreep zijn mogelijke complicaties zwellingen/nabloeding in het operatiegebied, wondproblemen, overgevoeligheid van het litteken en infectie.

        Een knellend verband kan ook klachten veroorzaken. Bij toename van pijn en/of tintelingen ter hoogte van de hand en vingers kan het raadzaam zijn het verband open te knippen en te lossen, gezien dit symptomen zijn van een knellend verband.

      • Wanneer neem ik vroeger contact op?

        Bij toegenomen wonddrainage, zwelling/roodheid van de hand gepaard met pijn of koorts > 38,5°C zijn redenen om vroeger een consultatie aan te vragen of u aan te bieden op de spoedopname.

Wat zijn de klachten bij artrose van de duimbasis

Artrose van de duimbasis of rhizartrose is het ontstaan van slijtage ter hoogte van de gewricht dat de verbinding maakt tussen de handwortelbeentjes (carpalen) en het middenhandsbeen (metacarpaal) van de duim. Dit gewrichtje is een zadelgewricht dat instaat voor de zeer uitgebreide beweeglijkheid van de duim.













Deze artrose komt geleidelijk en is frequent bij patiënten die veel handwerk verrichten of zware handarbeid verricht hebben in het verleden.

De pijn ontstaat ten gevolge van een toegenomen druk op de beenderen, aangezien de kraakbeenlaag welke als schokdemper fungeert geleidelijk aan verdwijnt. De pijn situeert zich voornamelijk ter hoogte van de basis van de duim. Deze pijn neemt toe bij krachtzetten op de duim, bijvoorbeeld het opendraaien van een fles of pot.

Hoe stellen we de diagnose?

De diagnose start bij een goede bevraging van de klachten en een volledig klinisch onderzoek. Er bestaat lokale drukpijn en/of zwelling ter hoogte van de basis van de duim. Duidelijk verminderde kracht en pijn bij mobilisaties zijn aanvullende argumenten.

Een radiografie van de hand en duim bevestigt de afwezigheid van kraakbeen ter hoogte van het zadelgewricht van de duim. Bij twijfel kunnen aanvullende beeldvorming noodzakelijk zijn.






















Wat zijn de behandelingsmogelijkheden?

  • Ontstekingsremmers + ijs

    Ontstekingsremmers gecombineerd met frequent ijs behandeling kunnen de pijnklachten onderdrukken en de ontsteking laten verdwijnen. Bij langbestaande klachten en vergevorderde artrose zal dit echter onvoldoende zijn.

  • Immobilisatie met brace of duimgips

    Bracing of eventueel duimgips kan de klachten onderdrukken door de beweeglijkheid van het zadelgewricht van de duim stil te leggen. Indien het werk met een duimbrace kan voortgezet worden, kan dit een goede tijdelijke oplossing zijn.




















  • Inspuiting

    Indien de radiografie geen bot op bot artrose aantoont, kan een inspuiting met cortisone de zwelling en pijn in het gewricht doen afnemen en kunnen de klachten verminderen/verdwijnen. Deze infiltratie kan eventueel herhaald worden. Gezien dit gewricht zeer klein is, vindt deze inspuiting quasi altijd plaats in de operatiezaal onder beeldversterker.

  • Operatie

    De definitieve behandeling voor een artrose van het zadelgewricht van de duim (of rhizartrose) bestaat uit het plaatsen van een duimprothese, waarbij er een pannetje wordt geplaatst in het trapezium polsbeentje en een steeltje ter hoogte van het middenhandsbeen van de duim. Hierdoor wordt het versleten zadelgewricht van de duim vervangen door een kogelgewricht via deze prothese.














Frequent gestelde vragen

  • Wat kan ik verwachten na het plaatsen van een duimprothese?

    Bij het plaatsen van een duimprothese wordt een incisie gemaakt aan de basis van de duim over het verloop van de zadelgewricht. De operatie gebeurt onder algemene verdoving, waarbij u kortstondig in een lichte slaap wordt gebracht en direct na de ingreep wakker gemaakt door de anesthesist. Postoperatief wordt er een verband aangebracht gedurende vier weken. Deze gips wordt na twee weken vervangen en de draadjes worden verwijderd. De wonde dient twee weken droog gehouden te worden. U mag uw hand volledig gebruiken voor dagdagelijkse zaken zolang de wonde droog en proper kan blijven. Gewichten dragen is de eerste drie maanden niet aangewezen. Klassiek wordt er postoperatief geen kinesitherapie voorgeschreven.

    De beweeglijkheid wordt na het verwijderen van de gips vrij vlot herwonnen door het uitvoeren van dagdagelijkse activiteiten. De kracht zal over het verloop van maanden terugkeren.

  • Wanneer kan ik werken / autorijden?

    Normaal gesproken kan het werk hervat worden na een drietal maanden.

    Autorijden kan zodra de gips verwijderd is, aangezien rijden met een gips niet wordt verzekerd.

  • Wat zijn de risico’s?

    Zoals bij elke chirurgische ingreep zijn mogelijke complicaties zwellingen/nabloeding in het operatiegebied, wondproblemen, overgevoeligheid van het litteken en infectie.

    Een specifiek probleem bij deze ingreep is het risico op ontwrichting van de prothese. Dit betekent dat het bolletje uit de pan klikt. Wanneer dit optreedt dient de prothese onder lokale verdoving opnieuw op zijn plaats gezet te worden. Zeldzaam treedt er een blijvende instabiliteit is, wat een nieuwe chirurgische ingreep vraagt waarbij de prothese wordt verwijderd en het trapezium handwortelbeentje wordt verwijderd. Het betreft hier de chirurgische oplossing die in Nederland de eerste keuze heeft bij duimartrose, gezien de duimprothese niet terugbetaald is in Nederland.

    Een knellende gips kan ook klachten veroorzaken. Bij toename van pijn en/of tintelingen ter hoogte van de hand en vingers kan het raadzaam zijn de gips open te knippen en te lossen, gezien dit symptomen zijn van een knellende gips.

  • Wanneer neem ik vroeger contact op?

    Bij toegenomen wonddrainage, zwelling/roodheid van de hand gepaard met pijn of koorts > 38,5°C zijn redenen om vroeger een consultatie aan te vragen of u aan te bieden op de spoedopname. Een duidelijke klik met gevoel van ontwrichting is daarnaast ook een reden om via de spoedopname langs te komen.

Wat is een polscyste

Een polscyste is een lokale verzwakking in het kapsel van het polsgewricht. Elk gewricht maakt een kleine hoeveelheid vocht aan, welke in het gewricht wordt gehouden door het omringende kapsel. Ter hoogte van een lokale verzwakking kan een uitstulping ontstaan en een cyste vormen onderhuids.

De pijn ontstaat ten gevolge van het volume effect van de cyste en de lokale irritatie op langsliggende plooi- of strekpezen van de vingers.













Hoe stellen we de diagnose?

De diagnose is voornamelijk een klinische diagose waarbij er een fijn afgelijnde lokale zwelling optreedt op een plaats, gekend typisch te zijn voor een polscyste. De pijn wordt voornamelijk uitgelokt bij polsbewegingen, voornamelijk bij het afduwen van een tafel. Afhankelijk van de ernst en klinische duidelijkheid kan aanvullend een echografie of MRI genomen worden om de aanwezigheid en oorsprong van de polscyste te bevestigen en andere letsels uit te sluiten.

Wat zijn de behandelingsmogelijkheden?

  • Immobilisatie met brace

    Bracing kan zinvol zijn om de zwelling te laten verminderen en de pijnlijke bewegingen te vermijden. Vaak echter betreft het een tijdelijke ontzwelling, welke terug toeneemt bij toename van activiteit en bewegingen.

  • Inspuiting

    Een inspuiting met cortisone na leegzuigen van de cyste kan geprobeerd worden. Ook hier echter bestaat een vrij grote kans op opnieuw vollopen van de cyste met gewrichtsvocht en heroptreden van de klachten.

  • Operatie

    De definitieve behandeling voor een polscyste (of na falen van voorgaande conservatieve therapie) is het chirurgisch verwijderen van de cyste ter hoogte van de pols. Hierbij wordt de cyste verwijderd en de oorsprong of basis van de cyste mee verwijderd. De ingreep kan enkel onder algemene verdoving plaatsvinden. Bij deze ingreep wordt een kleine insnede over het verloop van de cyste gemaakt.

Frequent gestelde vragen ?

  • Wat kan ik verwachten na het verwijderen van een polscyste?

    Bij het verwijderen van een cyste wordt een incisie gemaakt over het verloop van de cyste. De operatie gebeurt onder algemene verdoving, waarbij u kortstondig in een lichte slaap gebracht en direct na de ingreep wakker gemaakt door de anesthesist. Postoperatief wordt er een polsgips aangebracht gedurende twee tot vier weken, afhankelijk van de peroperatieve bevindingen. De draadjes worden na twee weken verwijderd. De wonde dient twee weken droog gehouden te worden. U mag uw hand volledig gebruiken voor dagdagelijkse zaken zolang de wonde droog en proper kan blijven. Klassiek wordt er postoperatief geen kinesitherapie voorgeschreven.

  • Wanneer kan ik werken / autorijden?

    Normaal gesproken kan het werk hervat worden na een maand.

    Autorijden kan zodra de gips is verwijderd, aangezien rijden met gips niet verzekerd wordt.

  • Wat zijn de risico’s?

    Zoals bij elke chirurgische ingreep zijn mogelijke complicaties zwellingen/nabloeding in het operatiegebied, wondproblemen, overgevoeligheid van het litteken en infectie.

    Een knellende gips kan ook klachten veroorzaken. Bij toename van pijn en/of tintelingen ter hoogte van de hand en vingers kan het raadzaam zijn de gips open te knippen en te lossen, gezien dit symptomen zijn van een knellende gips.

  • Wanneer neem ik vroeger contact op?

    Bij toegenomen wonddrainage, zwelling/roodheid van de hand gepaard met pijn of koorts > 38,5°C zijn redenen om vroeger een consultatie aan te vragen of u aan te bieden op de spoedopname.

Wat is de ziekte van Dupuytren?

De ziekte van Dupuytren is een aandoening van het bindweefsel dat zich tussen de huid van de handpalm en de onderliggende spieren en pezen bevindt. Het is een goedaardige aandoening van de handpalm, waarbij de vingers soms na verloop van tijd krom komen te staan. De ziekte is zeker niet zeldzaam. Drie tot zes procent van de bevolking heeft er in mindere of meerdere mate last van. Het komt vaker voor bij mannen dan vrouwen. Wanneer de kwaal de functie van de hand te veel belemmert, is gerichte behandeling aangewezen.




















Hoe stellen we de diagnose?

In het begin ontstaan er deukjes in de handpalm, net als een verdikking van de huid. Daarna worden kleine knobbeltjes onder de huid zichtbaar en voelbaar, die nog later een streng zullen vormen. De knobbels zijn goedaardig en zijn meestal ook pijnloos. De streng dit ontstaat trekt de vinger naar de hand toe en de vinger kan blijvend krom staan (contractuur). De ringvinger en de pink worden het vaakst door de ziekte aangetast. Dit beeld volstaat voor de diagnose.

Wat zijn de behandelingsmogelijkheden?

  • Conservatief

    Zolang er geen contracturen optreden groter dan 20°, bestaat er geen indicatie, noch voor chirurgie, noch voor een inspuiting. Gezien het een chronische ziekte is, heeft het wegnemen van een lokale knobbel van Dupuytren geen enkele zin, gezien deze ingreep geen functiewinst oplevert en de knobbel op termijn terugkeert tussen het aanwezige littekenweefsel, gecreëerd door de eerste ingreep.
















  • Inspuiting met collagenase Xiapex

    Bij een contractuur van de vinger van 20 graden waarbij de vinger niet meer gestrekt kan worden en de hand niet meer plat op tafel kan geplaatst worden, bestaat er een indicatie om de oorzakelijke Dupuytren streng in te spuiten met een collagenase genaamd Xiapex, wat ervoor zorgt dat de streng breekt en de contractuur verdwijnt zonder een operatieve ingreep.

  • Operatie

    Het chirurgisch wegnemen van Dupuytren strengen heeft zijn plaats in die contracturen die niet meer met een inspuiting kunnen gecorrigeerd worden of bij weigeren van een inspuiting als behandeling. Hierbij wordt de huid ingesneden en de strengen van Dupuytren zoveel mogelijk verwijderd met respect voor de zenuwen en bloedvaten aanwezig in de nabijheid van de strengen.

















Frequent gestelde vragen ?

  • Wat kan ik verwachten na een inspuiting met Xiapex?

    Een inspuiting met Xiapex is vrij pijnlijk en gebeurt ook zonder lokale verdoving. Hierbij wordt het product met een heel fijn naaldje ingebracht in de streng om deze te gaan verzwakken. Verschillende prikken kunnen noodzakelijk zijn om het product te verspreiden over de streng. Nadien wordt de vinger en hand in een groot verband gewikkeld tot het moment van de strekprocedure. Lokale reacties die mogelijk zijn na de injectie zijn zwelling, pijn of bloedingen ter hoogte van de huid.

    De strekprocedure dient 24 tot 72u na de injectie plaats te vinden. Dit gebeurt wel na toedienen van lokale verdoving. Hierbij wordt de geïnjecteerde vinger manueel rechtgetrokken met het breken van de Dupuytren streng tot gevolg. De streng blijft aanwezig in de hand maar is doorbroken, zodat de beweeglijkheid van de vinger toeneemt en het strekken terug mogelijk is. Het is mogelijk dat tijdens de strekprocedure de huid deels doorscheurt bij uitgebreide contracturen. Dit dient niet chirurgisch gesloten te worden, maar zal via wondzorg over het verloop van een tweetal weken spontaan vlot genezen.

    Na de strekprocedure wordt een nachtspalk op maat gemaakt, welke gedurende 6 tot 8 maand na de procedure ’s nachts moet gedragen worden om de strekking van de vinger verder te vrijwaren.

    Bij langbestaande contracturen is het mogelijk dat de vinger niet volledig gestrekt kan worden ten gevolge van de reeds opgetreden stijfheid in de kleine vingergewrichtjes.

  • Wanneer kan ik werken / autorijden?

    Normaal gesproken kan het werk hervat worden na een maand, afhankelijk van de type werkbelasting.

    Autorijden kan zodra de verband verkleind is, aangezien rijden met een groot verband niet aangewezen is.

  • Wat zijn de risico’s?

    Na de inspuiting kunnen zwelling, bloeding en pijn ontstaan ter hoogte van de injectieplaats. Specifiek voor deze procedure bestaat het risico op huidscheuren na de strekprocedure bij ernstige contracturen.

    Een knellend verband kan ook klachten veroorzaken. Bij toename van pijn en/of tintelingen ter hoogte van de hand en vingers kan het raadzaam zijn het verband open te knippen en te lossen, gezien dit symptomen zijn van een knellend verband.

  • Wanneer neem ik vroeger contact op?

    Bij toegenomen wonddrainage, zwelling/roodheid van de hand gepaard met pijn of koorts > 38,5°C zijn redenen om vroeger een consultatie aan te vragen of u aan te bieden op de spoedopname.

error: Content is protected !!