Schouder

De schouder is een complex gewricht met de grootste beweeglijkheid van alle gewrichten van het menselijk lichaam.

Het schoudergewricht bestaat uit twee beenderen: de kom van de schouder (glenoid), die deel uitmaakt van het schouderblad, en de bol van de schouder (caput), die deel uitmaakt van de bovenarm. Het is een kogelgewricht waarrond verschillende grote schouderspieren vasthechten, waardoor de arm in de ruimte kan geplaatst worden.

Zowel de pan als de bol zijn bedekt met een laag kraakbeen om een soepele en pijnloze beweging tussen de twee botuiteinden mogelijk te maken.

Het dak van de schouder is gevormd door een deel van de scapula welk het acromion wordt genoemd.

Het acromion is op zijn beurt verbonden met het sleutelbeen.

Er vormen zich dus 2 gewrichten rond de schoudergordel:

  • Het schoudergewricht of glenohumeraal gewricht zelf wordt gevormd door de humeruskop en het glenoid (pan).
  • Het gewricht tussen het sleutelbeen (clavicula) en het dak van de schouder (acromion): het acromioclaviculair gewricht of het AC gewricht.

LIGAMENTEN of GEWRICHTSBANDEN

De schouder is een zeer beweeglijk gewricht. Er is dus grote noodzaak tot stevige gewrichtsbanden om de het schouder gewricht te stabiliseren en eventuele ontwrichting tegen te gaan.

Ligamenten zijn bindweefsel structuren (“koordjes”) die de beenderige structuren verbinden.

Het gewrichtskapsel van de schouder wordt gevormd door een groep ligamenten, die de bol (caput humeri) verbinden met de pan (het glenoid).

Een andere belangrijke groep van ligamenten zorgt voor verbinding tussen acromion en sleutelbeen.

Tevens zijn er ligamenten tussen sleutelbeen en voorzijde van schouderblad. Deze zijn belangrijk voor de stabiliteit van het AC gewricht.

SPIEREN en PEZEN

Spieren zijn elastisch en kunnen samentrekken zodat 2 beenderen ten opzichte van elkaar kunnen bewegen in de ruimte. De pees is het uiteinde die de spier vastmaakt of verankert aan het bot.

  1. De belangrijkste spiergroep of de motor van de schouder is de rotator cuff.

    De rotator cuff bestaat uit 4 spieren (Supraspinatus, infraspinatus, subscapularis en teres minor).

    De pezen van de rotator cuff spieren zitten vast aan de bovenarm rondom de humeruskop.

    De rotator cuff spieren zorgen ervoor dat we onze arm voorwaarts en zijwaarts kunnen heffen, maar tevens dat we onze bovenarm kunnen draaien (exorotatie en endorotatie). Dit zijn zeer belangrijke handelingen in dagelijks leven (bv. Rug wassen, haar kammen, eten, …)

    Daarnaast zijn de rotator cuff spieren ook cruciaal in de stabiliteit van het schoudergewricht door de bol in de pan te houden.

  2. Binnen in het schouder gewricht hecht de lange biceps pees zich vast bovenop de pan van de schouder. De bicepsspier heeft 2 pezen: de lange en korte bicepspees.

    De lange bicepspees verloopt naar onder toe in een groeve (de biceps groeve) en wordt hierin gestabiliseerd door een dwars verlopend ligament, het transversaal humeraal ligament.

    De lange biceps pees is een zeer frequente bron van schouder pijn.

  3. De buitenste spierlaag van de schouder wordt gevormd door de deltoidspier. Dit is de grootste en sterkste spier van het schoudergewricht. De deltoid spier heeft als functie het optillen van de arm naar voren, zijwaarts en achterwaarts.

SLIJMBEURZEN

Een slijmbeurs is een klein zakje gevuld met een kleine hoeveelheid gewrichtsvloeistof (smeermiddel). De slijmbeurs ter hoogte van de schouder verhindert de wrijving van de rotator cuff pezen tegen het dak van de schouder.

Wat is impingement van de schouder

De schouderpezen glijden in de opening (subacromiale ruimte) tussen de bol van de schouder en het dak van de schouder (= acromion, uitloper van het schouderblad naar voor). Tussen dit beenderig dak (acromion) en de pezen (rotator cuff) bevindt zich de slijmbeurs. Deze slijmbeurs zorg voor een betere verglijding van de pezen.










Wanneer de ruimte tussen het dak van de schouder en de pezen te nauw wordt, kan er een slijmbeursontsteking optreden met inknelling van de pezen. Dit veroorzaakt pijn in de schouder bij het plaatsen van de arm in de hoogte. Dit wordt impingement genoemd.

Wat zijn de klachten?

De voornaamste klachten zijn pijn rondom de schouder. Deze kan uitstralen naar de bovenarm. Bij het heffen van de arm kan pijn ontstaan, soms bestaat de onmogelijkheid om de schouder te heffen omwille van de pijn. Nachtelijke pijn kan aanwezig zijn.

Hoe wordt de diagnose gesteld?

De diagnose wordt in eerste instantie weerhouden of vermoed bij klinisch onderzoek tijdens de raadpleging. Een standaard radiografie is steeds noodzakelijk. Een echografie kan als screeningsonderzoek fungeren.

Indien er vermoeden is van een scheurletsel van de schouderpezen is het best een contrastonderzoek (arthro CT of arthro MRI) te ondergaan.

Hoe wordt deze pathologie behandeld?

Via een kijkoperatie van de schouder wordt de ruimte waar de pezen in glijden breder gemaakt (dak = acromion wordt afgeschaafd en recht gemaakt) zodat de pezen niet meer kunnen inklemmen of schuren tegen het dak van de schouder. Daarnaast wordt ook de slijmbeurs verwijderd. Deze ingreep wordt een acromioplastie genoemd.

Tijdens deze ingreep wordt ook de volledige schouder nagekeken en andere aanwezige letsels behandeld.

Wat zijn de risico’s?

Grote complicaties zijn niet te verwachten bij dergelijke ingreep.

De belangrijkste complicaties zijn:

  • verstijving van de schouder (ontstaan van frozen schoulder). Preventief krijgt iedereen een aangepast kinesitherapieschema. Tevens worden in het ziekenhuis oefeningen aangeleerd die vanaf de eerste dag kunnen uitgevoerd worden.
  • schouder-hand syndroom: dit is een combinatie van verstijving van de schouder met uitstralende pijn naar hand en pols.
  • infectie : elke ingreep heeft een risico op infectie. Gezien de behandeling via een kijkoperatie gebeurt, is dit risico lager.

Wat is peesverkalking of calcificatie ter hoogte van de rotator cuff?

Het betreft een afzetting van calciumkristallen in één of meerdere pezen van de rotator-cuff. Deze kalkafzetting is eerder zacht (zoals tandpasta) en ziet er wit uit op radiografie. De rotator cuff is de meest aangetaste pees waar kalk zich neerzet. Echter niet iedereen met kalkafzetting in de schouder is zich daar bewust van of ervaart klachten.

In sommige gevallen heeft het lichaam de mogelijkheid om het kalkdepot op te lossen (oplossingsfase), in andere gevallen blijft het ontstekingsproces bestaan zonder oplossing van de kalk.

Wat is de oorzaak van de peesverkalking?

De oorzaak is zeer slecht gekend. Verkalkingen ontstaan voornamelijk in zones van de pees met verminderde bloedtoevoer. Ook genetische factoren spelen een rol. Verkalkingen zijn geen gevolg van ongeval of voedingsgewoonten, arthrose of osteoporose.

















Wat zijn de klachten?

Klachten variëren naargelang het stadium van de ziekte.

In de fase dat de verkalking groeit zijn er weinig klachten. Als het volume groter wordt ontstaat een klassiek inklemmings- of impingement probleem. Door het volume wordt de ruimte tussen het dak van de schouder en de pees van de schouder nauwer en ontstaat er een wrijving van de pees tegen het dak met irritatie en ontsteking tot gevolg.

De pijn situeert zich voornamelijk ter hoogte van zijkant van de bovenarm. De pijn zal toenemen bij activiteiten boven schouderniveau (bv. iets uit hoge kast halen) en bij het brengen van de hand naar de rug (endorotatie). Zeer frequent is er ook nachtelijke pijn bij liggen op schouder.

Zoals vermeld, tracht het lichaam soms de verkalking op te lossen (= oplossingsfase).De kalk zal zich vrijzetten in de slijmbeurs (tussen de rotator cuff en het schouderdak) en aanleiding geven tot zeer acute pijn met zeer sterke beperking van de beweeglijkheid.

Hoe wordt de diagnose gesteld?

Het vermoeden van de verkalking wordt weerhouden tijdens het onderzoek bij uw arts.

Daarnaast kunnen één van volgende onderzoeken de diagnose bevestigen:

  • Een röntgenfoto toont duidelijk de grote verkalkingen.
  • Echografie toont duidelijk de grote en kleinere (microcalcificaties) verkalkingen.
  • Een arthro-CT toont de calcificatie in een 3D-volume en geeft bovendien meer informatie over intactheid van de pees.
  • Arthro-MRI is een goed onderzoek om andere oorzaken van de pijn uit te sluiten maar brengt de verkalking zelf minder goed in beeld.

Hoe wordt een peesverkalking behandeld?

Het verloop van een verkalking is zeer onvoorspelbaar. Soms zien we ook een spontaan verdwijnen van het kalkdepot, meestal gepaard gaande met een hevige pijn opstoot (oplossingsfase).

  • Niet operatieve behandeling

    • Behandeling van de symptomen door relatieve rust, inname van pijnstillers en ontstekingsremmers.
    • Als dit onvoldoende is, kunnen een 2-tal cortisone inspuitingen worden toegediend, vooral met het oogpunt om de ontsteking te doen verdwijnen. Deze inspuitingen hebben zeker hun nut in de acute, pijnlijke fase (oplossingsfase). Beperking tot 2 tal infiltraties zal ervoor zorgen dat er geen nadelige effecten zijn op bot of pezen.
    • Ondersteunend kan ook kinesitherapie gevolgd worden, vnl. ontstekingsremmende kinesitherapie en kinesitherapie ter onderhoud van de beweeglijkheid.
    • Needling : vnl. door radiologen uitgevoerd, in België minder populair. Het kalk depot wordt onder locale verdoving aangeprikt onder radioscopische controle. Men hoopt om een deel kalk te verwijderen en bijkomend wordt er een verhoogde doorbloeding gecreëerd rond de verkalking.
    • ESWT: extracorporele shock wave therapie.Deze techniek is ontstaan naar analogie met de niersteenverbrijzelaar. De techniek maakt gebruik van gerichte geluidsgolven. Evenwel wordt de verkalking hier niet “verbrijzeld” (het gaat immers om een zachte structuur, zoals tandpasta). Vooral de bloedvoorziening in de omliggende weefsels wordt gestimuleerd zodat er een beter ontstekingsremmend effect ontstaat en de eventuele oplossingsfase kan versneld worden.Deze behandeling is niet pijnloos en gebeurt best onder locale verdoving. In praktijk merken we dat maximaal 50% van de patiënten baat hebben na ESWT-behandeling. ESWT is niet te adviseren kort na injectie met corticoïden, bij aanwezig osteosynthesemateriaal, bij een pacemaker, bij stollingsproblemen,…

  • Operatieve behandeling – arthroscopie

    Bij falen van voorafgaande therapie of bij te veel pijn, dient een kijkoperatie te worden uitgevoerd.

    De meest frequente manier om calciumdepots te verwijderen is via arthroscopie (kijkoperatie). De ingreep gebeurt onder korte algemene narcose, vaak in combinatie met lokale anesthesie (interscaleen blok).

    Met de camera wordt de kalk opgespoord, aangeprikt met naald en vervolgens wordt de pees oppervlakkig ingesneden zodat de kalk naar buiten kan uitgespoeld worden (zoals het leegduwen van een abces/zweer) en de pees kan uitgekrabd worden (curettage). Nadien wordt de ontstoken slijmbeurs weggenomen en wordt een “decompressie” uitgevoerd: enkele millimeter bot worden weggenomen met een freesje aan de onderzijde van het acromion (dak van de schouder) om de gezwollen pees meer ruimte te geven.














    Het grote voordeel om de ingreep via kijkoperatie uit te voeren is dat indien er terzelfder tijd andere letsels worden gedetecteerd, deze in dezelfde ingreep kunnen behandeld worden.

Hoe verloopt de revalidatie na de ingreep?

Om een frozen shoulder te voorkomen wordt snel met oefentherapie en/of kinesitherapie gestart.

De eerste oefeningen worden in het ziekenhuis aangeleerd.













Er wordt bijkomend een schema meegegeven om kinesitherapie te starten.

Enkel gedurende de eerste 3 weken kan gebruik gemaakt worden van een draagverband bij pijn.













We streven ernaar de arm zo snel als mogelijk binnen de pijngrens te gebruiken zonder verband.

De totale herstelduur ligt tussen de 6 en 12 weken en is voornamelijk afhankelijk van de grootte van het kalkdepot. De overgebleven holte moet immers dichtgroeien met litteken.

De arbeidsongeschiktheid zal afhankelijk zijn van het beroep en ligt tussen de 1 en 4 maanden.

Wat zijn de risico’s?

Er zijn weinig specifieke complicaties bij deze ingreep.

De frequentste complicatie is het ontstaan van een frozen shoulder (capsulitis- kapsel ontsteking).

Dit wordt preventief aangepakt door snelle oefentherapie te starten.

Anatomie

De rotator cuff is de belangrijkste spiergroep van de schouder. Het is een peesblad bestaande uit 4 delen:

  • Supraspinatus: heft de arm naar boven
  • Subscapularis: doet arm naar binnen draaien
  • Infraspinatus en teres minor: zorgen voornamelijk voor het naar buiten draaien van de arm.















Deze pezen hebben tevens een belangrijke rol in de stabiliteit van de schouder en “centreren” de bol in de kom van de schouder.

Deze pezen verbinden de respectievelijke spieren met het bot van de bovenarm (tuberculum majus).

De pezen glijden in de opening (subacromiale ruimte) tussen de bol van de schouder en het dak van de schouder (= acromion, uitloper van het schouderblad naar voor). Tussen dit beenderig dak (acromion) en de pezen (rotator cuff) bevindt zich de slijmbeurs. Deze slijmbeurs zorg voor een betere verglijding van de pezen.

Wat zijn de oorzaken van een rotator cuff scheur?

De pezen kunnen afscheuren door een trauma ( accident, val, hevige trekbeweging, …) of kunnen afscheuren door een geleidelijk degeneratief proces ( langdurige ontsteking, slijtage, …).

De supraspinatus heeft de kleinste ruimte om in te glijden en schuurt frequent tegen het dak van de schouder. Dit maakt de pees meest vatbaar voor slijtage en scheuren.

Scheuren in de schouder pees kunnen volledig zijn (full thickness, volledig afgescheurd van bot) of kunnen partieel zijn (gedeeltelijk scheur in de pees).

De rotator cuff is voorzien van een beperkt aantal bloedvaten. Bij een scheur in de rotator cuff ontstaat er dus geen grote bloeding. Dit betekent dan ook dat er geen echt genezingsproces ontstaat. Tevens fungeert de aanhangende spier van de pees als een elastiek en trekt de pees weg van de plaats waar ze afscheurde.

Dit alles zorgt ervoor dat een schouderpees niet vanzelf kan genezen of terug kan vastgroeien.

Wat zijn de klachten bij een rotator cuff scheur van de schouder?

De voornaamste klachten zijn pijn en verlies van kracht.

De pijn is meestal gelokaliseerd in de bovenarm.

Pijn ontstaat meestal bij heffen boven schouderniveau bv. ruiten wassen, tas in hoge kast plaatsen, haar kammen, …

Heel vaak is er ook pijn ’s nachts bij het liggen op de schouder.

Klachten en hinder kunnen sterk verschillen van patiënt tot patiënt.

Hoe wordt de diagnose gesteld?

De diagnose wordt in eerste instantie weerhouden of vermoed bij klinisch onderzoek tijdens raadpleging. Een standaard radiografie is steeds noodzakelijk.

Een echografie kan als screeningsonderzoek fungeren.

Zodra er vermoeden is van een scheurletsel is het best een contrastonderzoek (arthro CT of arthro MRI) te ondergaan.

Dit contrastonderzoek zal bepalend zijn voor beslissing naar verdere behandeling en zal volgende factoren aan het licht brengen: grootte van de scheur, terugtrekking van de pees, versheid van de scheur, atrofie of volumevermindering van de spierbuiken.

Hoe wordt een rotator cuff scheur behandeld?

Afhankelijk van de leeftijd, botkwaliteit, grootte van de scheur, kwaliteit van de resterende pees, atrofie van de spierbuiken zal gekozen worden voor een niet operatieve behandeling of voor een operatief herstel.

  1. Niet operatieve behandeling:

    Het doel is bestrijden van de pijn en ontsteking en het herwinnen of vrijwaren van de basisbeweeglijkheid.

    Dit gebeurt door inname van pijnstillers en ontstekingsremmers en door ijsapplicaties. Bijkomend kunnen injecties (“infiltraties”) toegediend worden. Bij hevige pijn en ontsteking wordt meestal gekozen voor preparaten met corticoïden. Dit wordt meetal beperkt tot 1 of 2 infiltraties. Indien het aantal injecties beperkt blijft heeft dit slechts minimale bijwerkingen.

    Er kan ook gekozen worden voor hyaluronzuur-infiltraties (“gel inspuitingen”). Hyaluronzuur is het hoofdbestanddeel van natuurlijke gewrichtsvloeistof. Dit heeft tevens een ontstekingsremmende werking en maakt het gewrichtsvocht stroperig zodat een soepele beweging terug kan nagestreefd worden.

    Kinesitherapie zal de beweeglijkheid onderhouden en tevens de niet aangetaste spieren en pezen versterken om de schouder functie zoveel als mogelijk te optimaliseren.

    Geen van deze behandelingen kunnen de pees doen genezen of zorgen ervoor dat de pees terug aanhecht op het bot.


  2. Operatieve behandeling:

    Wat voor de schouderchirurg een routine-ingreep is, is voor patiënt geen routine-procedure.

    De ingreep gebeurt via kijkoperatie (arthroscopie).

    U krijgt een lokale verdoving (prikjes in de nek, interscaleen blok) en nadien een lichte volledige verdoving.

    De scheur wordt hersteld door middel van speciale botankers (2 tot 5 per ingreep).










    De afgescheurde schouderpees wordt zo terug vastgemaakt aan het bot op de plaats waar ze afgescheurd was.

    Tevens wordt de ruimte waar de pezen in glijden breder gemaakt (dak = acromion wordt afgeschaafd en recht gemaakt) zodat de gehechte pees niet meer kan inklemmen of schuren tegen het dak van de schouder.


















    Indien de pees niet volledig herstelbaar is, wordt de maximale hoeveelheid pees hersteld en gebeurt er een bijkomend debridement (wegname van het ontstekingsweefsel ).

    vv

    Omdat de bicepspees bij veel rotator cuff scheuren ook aangetast is, gebeurt zo nodig ook een bijkomende bicepspees behandeling tijdens dezelfde narcose.

Hoe verloopt de revalidatie?

Gezien de pees terug moest vastgroeien aan het bot, wordt de arm in een verband gehouden voor 4 à 6 weken.












In de eerste 2 weken na ingreep is er noodzaak tot nazicht en wondzorg van de kleine wondjes. De hechtingen kunnen na 12 tot 14 dagen verwijderd worden.

Ook is het nuttig dagelijks en frequent ijs te leggen op de schouder.

De kinesitherapie wordt gestart tussen week 1 en 4. Het tijdstip waarop is afhankelijk van het type scheur, spanning op de hechting en kwaliteit van de pees.

U krijgt een voorschrift met schema van de behandelend chirurg.

Vanaf dag 1 worden lichte oefeningen (pendeloefeningen) uitgevoerd.

Deze worden aangeleerd tijdens verblijf in het ziekenhuis.












De eerste 6 weken zijn vooral gericht op herstel van de passieve beweeglijkheid. De tweede periode tussen 6 en 12 weken is vooral gericht op herstel van de actieve beweeglijkheid. Krachtoefeningen zijn pas van belang als de beweeglijkheid voldoende is gerecupereerd.

De totale revalidatie is sterk verschillend van persoon tot persoon en sterk afhankelijk van het type scheur en de peeskwaliteit.

De totale herstelduur situeert zich tussen de 3 en 6 maanden.

Welke complicaties kunnen er zich voordoen?

Grote complicaties zijn niet te verwachten bij dergelijke ingreep.

De belangrijkste complicaties zijn:

  • verstijving van de schouder (ontstaan van frozen schoulder). Preventief krijgt iedereen een aangepast kinesitherapieschema. Tevens worden in het ziekenhuis oefeningen aangeleerd die vanaf de eerste dag kunnen uitgevoerd worden.
  • shoulder-hand syndroom: dit is een combinatie van verstijving van de schouder met uitstralende pijn naar hand en pols.
  • li>ontstaan van een nieuwe scheur. Een peeshechting kan nooit een garantie geven tegen opnieuw scheuren. Als peeskwaliteit slechter is, is het risico op nieuwe scheuren groter bij een nieuw accident. Ook rokers hebben een grotere kans op opnieuw scheuren van de pees.

  • infectie : elke ingreep heeft een risico op infectie. Gezien de behandeling via kijkoperatie gebeurt, is dit risico lager.

Arthritis van de schouder

Er zijn 5 verschillende oorzaken voor ontstaan van athritis van de schouder. Deze aandoeningen kunnen bij blijvende pijn en toename van functiehinder noodzaak geven tot plaatsen van een schouder prothese.

  • ARTHROSE VAN DE SCHOUDER

    Artrose van de schouder is een chronisch slijtageproces waarbij het beschermende kraakbeen ter hoogte van de botuiteinden geleidelijk aan afneemt in volume en kwaliteit. Naast de vermindering van het kraakbeen neemt bij het ouder worden ook de kwaliteit van het weefsels van de schouderpezen af, waardoor ze hun bewegingsfunctie minder goed kunnen uitvoeren.

    Als gevolg van de aantasting van het kraakbeen schuren de beenderige uiteinden rechtstreeks op elkaar, wat pijn veroorzaakt. Daarnaast treedt er zwelling, stijfheid en misvormingen op.

    Dit geeft aanleiding tot krachtsverlies en zorgt vaak voor een functiebeperking in de dagelijkse activiteiten (bv. iets uit kast halen, koffie uitschenken, zich wassen, …)





















  • REUMATOIDE ARTHRITIS

    Bij patiënten met ontstekingsreuma of reumatoïde artritis (RA) treedt er een versnelde afbraak van kraakbeen en veelvuldige ontstekingen in de gewrichten op. Er is meestal een typische symmetrische aantasting van de gewrichten.

    Reumatoïde artritis is een auto-immuunziekte. De oorzaak van deze aandoening is gelegen in een fout van het afweersysteem.

    Bij een vorderende afbraak van het kraakbeen leidt dit tot pijn in de schouder en tot een forse beperking van de functie.

  • TRAUMA

    Na een breuk of ontwrichting van de schouder kan er na zekere tijd een versnelde arthrose van het schouder gewricht ontstaan.

  • AVASCULAIRE NECROSE

    Dit is een ziekte die ontstaat als de bloedtoevoer naar de kop van de humerus wordt onderbroken. De zone bot in de humeruskop die geen bloed krijgt gaat afsterven (necrose). Dit geeft finaal aanleiding tot vervorming van het schoudergewricht en ontstaan van arthrose. Enkele oorzaken voor het ontstaan van avasculaire necrose zijn langdurig cortisone gebruik, overmatig alcohol gebruik, breuken, … Soms wordt er ook geen oorzaak weerhouden: idiopathische avasculaire necrose.


















  • ROTATOR CUFF ARTHROPATHIE

    Bij het bestaan van een langdurige niet herstelde rotator cuff scheur kan een forse arthrose ontstaan. De rotator cuff kan de bol van de schouder niet meer centreren in de pan van de schouder. De bol van de schouder kan zo opstijgen en gaan wrijven tegen het dak van de schouder. Dit veroorzaakt een secundaire artrose van de schouder. De combinatie van rotator cuff scheur en forse arthrose van de schouder geven aanleiding tot pijn en soms zeer forse bewegingsbeperking en spierzwakte. Dit noemt men een “ pseudoparalyse” beeld: het lijkt alsof de arm is verlamd.

<














Hoe wordt de diagnose gesteld?

Tijdens de raadpleging zal een klinisch onderzoek worden verricht. In functie van dit onderzoek zal verdere beeldvorming gekozen worden.

Naast standaard radiografische opnames kan mogelijks ook een (arthro) CT-scan en/of een (arthro) MRI-scan van de schouder worden verricht.

Welke conservatieve behandelingsmogelijkheden bestaan er?

  • Kinesitherapie kan de beweeglijkheid van de schouder op peil houden.
  • Pijnmedicatie en ontstekingsremmende medicatie. Deze medicatie is vaak maagbelastend en kan niet langdurig worden ingenomen.
  • Inspuitingen
    1. Corticosteroïden: ter controle van acute ontstekingsproces. Snel en slechts tijdelijk effect.
    2. Hyaluronzuur infiltraties
    3. PRP infiltraties

  • Voedingssupplementen bv. glucosamines en chondroïtine. Er is zeer weinig wetenschappelijke ondersteuning voor werkzaamheid van deze producten bij schouder arthrose.

Welke operatieve behandelingsmogelijkheden bestaan er?

Welke schouderprothese voor u het meest geschikt is, hangt af van de onderliggende diagnose. Uw arts kiest in overleg met u de prothese die voor uw situatie het meeste geschikt is.

  • OMGEKEERDE SCHOUDERPROTHESE

    Dit is de /b>meest frequent geplaatste schouderprothese. Indien niet alleen het schoudergewricht, maar ook de pezen van de schouder versleten zijn, wordt geopteerd voor het plaatsen van een omgekeerde schouderprothese (reversed schouder prothese). Bij een omgekeerde schouderprothese komt op de plaats van de originele pan een halve bol . De originele bol van de schouder wordt dan vervangen door een kommetje dat vast zit op de steel. De delen van de prothese worden dus als het ware "omgekeerd" geplaatst. Bij deze prothese wijzigt de biomechanica van de schouder volledig. Hierbij worden de rotator cuff pezen om uw arm op te tillen nog maar zeer weinig belangrijk. De motor van de prothese wordt de grote schouderspier (deltoid spier). De deltoid spier samen met de omgekeerde schouder prothese zorgen ervoor dat u de arm opnieuw kan opheffen, zelfs met een afgescheurde rotator cuff pees.



















  • ANATOMISCHE SCHOUDERPROTHESE

    Bij een anatomische schouderprothese wordt de versleten bol van de schouder (de humeruskop) afgezaagd en vervangen door een nieuwe bol. Deze wordt geplaatst op een steel, zodanig dat de kop stevig kan ingroeien in het bot om een optimale stabiliteit te garanderen. De schouderpan (het glenoïd) word vervangen door polyethyleen (een hard plastic). Een anatomische schouderprothese wordt meestal geplaatst bij jongere patiënten met artrose. Een anatomische schouderprothese kan enkel geplaatst worden indien alle structuren van de rotator cuff pezen nog volledig intact zijn.


















  • STEMLOZE SCHOUDERPROTHESE

    Bij een stemloze schouderprothese wordt er een metalen bol geplaatst met een veel kortere steel of zelfs geen steel. Een stemloze schouderprothese kan slechts geplaatst worden als de botkwaliteit optimaal is.















  • FRACTUUR PROTHESE

    Dit type wordt gebruikt bij onherstelbare breuken. In de overgrote meerderheid van de gevallen betreft dit een omgekeerde schouderprothese. Zelden wordt er nog geopteerd om enkel de gebroken bol te vervangen: halve schouder prothese (hemiprothese). De ingreep is complexer dan een prothese voor behandeling van arthrose en het resultaat is moeilijker voorspelbaar. We kunnen in vele gevallen geen volledig maar wel een aanvaardbaar herstel van de schouderfunctie bekomen. De revalidatie verloopt moeizamer en is vaak langduriger dan bij een klassieke omgekeerde schouder prothese.





















Welke complicaties kunnen er zich voordoen?

Mogelijke risico’s en complicaties die bij deze ingreep kunnen voorkomen:

  • een infectie of besmetting van de prothese
  • Inwendige of uitwendige nabloeding
  • ontwrichting van de prothese (uit de kom schieten)
  • letsels aan bloedvaten of zenuwen
  • stijfheid na de ingreep met een verlies van beweeglijkheid van de schouder
  • een breuk van het schouderblad door overbelasting
  • een breuk rond de prothese
  • het vroegtijdig loslaten of verslijten van de prothese op vervroegde termijn

Heeft uw vragen over de complicaties, bespreek dit met uw behandeld arts. Weet wel dat een schouder prothese heden ten dage een routine ingreep is geworden en de kans op complicaties zeer klein is geworden ( maar nooit kan deze kans herleid worden tot 0).

Breuken van de bol van de schouder (humeruskop) komen vaak voor.

In de meerderheid van de gevallen zullen deze breuken niet geopereerd moeten worden.

Soms dienen deze breuken behandeld te worden met een operatie waarbij de stukken terug op de juiste plaats gezet worden (osteosynthese met plaat of nagel).

















Soms is het echter onmogelijk om de verschillende breukfragmenten terug op de juiste plaats te puzzelen en aan elkaar te fixeren met schroeven en dan is het aangewezen om een schouderprothese te plaatsen.

error: Content is protected !!